Deel 3b. Van dorp tot provinciestadje

(tekening: Huisduinen in 1791)

Rooskleurig ziet de toestand er voor Den Helder niet uit, want in de stad mag niets, vanwege het onvrij territoir (een aantal bepalingen en bezettingsmaatregelen uit de Franse tijd) om het smokkelen tegen te gaan. Zodoende kan geen enkel koopvaardijschip in de haven lossen of laden. Er komen vele arbeiders naar Den Helder in verband met het graven van het kanaal en de marinewerken. Deze grondwerkers en hun gezinnen gaan niet in de eigenlijke stadskern wonen, maar dicht bij het werk en wel op de plaats waar nu het Bassin is, achter de Bassingracht (die toen nog niet gegraven was). De bevolking van Oude Helder noemde deze wijk met lemen- en plaggenhutten de wijk Moscou

Het Oude Helder werd steeds belangrijker en Huisduinen steeds minder belangrijk. Het waren steeds dezelfde families die in oude Helder woonden. Van standsverschil had men ook nog geen last, want de dure huizen van de rijke inwoners stonden naast de eenvoudige huisjes van de minder rijke mensen. Door deze goede onderlinge verstandhouding kwam het, dat de Heldersen in die tijd als één grote familie met elkaar omgingen. Daardoor wisten de mensen wat ze aan elkaar hebben en zodoende doet niemand 's nachts de deur op slot.

De mensen "aan de Helder" (waarschijnlijk afkomstig van Hel-deur) verdienden hun brood in de landbouw en visserij, maar toch vooral met dienstverlening, want de op de rede liggende schepen hadden van alles nodig: drinkwater, verse groenten, en er moesten brieven en reizigers van en naar de schepen gebracht worden. Toen was er reeds een uitgebreid werkterrein voor de Helderse sloeperslieden. Als de schepelingen vertier wilden zoeken konden zij terecht in het logement op de dijk, Het wapen van Amsterdam , en niet ver daarvandaan, in de Artilleriestraat, het koffiehuis De Rode Leeuw, dat oorspronkelijk een gebouw van de West Indische Compagnie was geweest. De Rode Leeuw was het eindpunt van de route Amsterdam - Den Helder wanneer de reizigers tot 't Zand gevorderd waren met de trekschuit, ging men per postwagen verder van 't Zand tot de Zanddijk. Vandaar reed de postwagen verder langs de Donkere Duinen tot aan het Kerkhof, vervolgens langs Heiligharn en de Alkmaarse weg naar de Artilleriestraat bij de Rode Leeuw. (foto: Artilleriestraat ± 1900)

Toen de haven steeds belangrijker begon te worden en de bestuurders van Oude Helder concurrentie vreesden, werd er een Keure uitgevaardigd, waarin alle handel en ambacht nabij de haven verboden werd. Maar de ontwikkeling aan het Nieuwe Diep was niet tegen te houden en de Heldersen met een winkel of bedrijf gingen zich langzamerhand aan de haven vestigen.
Het begon met Helderse zaken die een filiaal aan het Nieuwe Diep hadden, maar dat werd spoedig: winkels aan het Nieuwe Diep met een filiaal in Oude Helder.

De omstandigheden hielpen " Het Wapen van Amsterdam" naar de ondergang. Op deze plaats werd korte tijd later een gemeentehuis gebouwd, dat in 1837 feestelijk in gebruik werd genomen. Ook het koffiehuis "de Rode Leeuw'" ging achteruit toen het Noord-Hollands kanaal gegraven was, zodat de reizigers in de haven aankwamen.

Dat Noord-Hollands Kanaal kwam gereed in 1825 en om van de nood een deugd te maken dienden de gemeentebestuurders van Den Helder een verzoek in om een kanaal te mogen graven tussen het Noord-Hollands Kanaal en de grachten van fort Erfprins. Het graven van het Heldersch Kanaal begon op 13 januari 1828.


(tekening: Huisduinen in 1825, met een kustlicht op de voorgrond en een nieuwe vuurtoren uit 1822 in de verte).

In 1826 wordt in Den Helder de eerste stoomsleepboot in dienst gesteld en komt ook het commandementsgebouw van de marine, het Paleis gereed. Het jaar daarop wordt de Nieuwe Rijkswerf Willemsoord in gebruik genomen. De stad groeit nu snel, zo snel, dat er in 1845 al 9000 mensen wonen, waarvan één derde in Oude Helder.
(tekening: de havenmond, ongeveer 1830)
Daarom moet er in een recordtijd voor nieuwe huizen gezorgd worden, vooral ook, nadat in 1835 de loodsdienst van Texel naar Den Helder komt. Deze mensen gaan in de Loodsenbuurt wonen, de tegenwoordige Loodsgracht.
In deze tijd worden er al pogingen gedaan om de spoorlijn naar Den Helder te krijgen, voorlopig echter nog tevergeefs. In 1845 openen de gebroeders Zurmühlen een stoombootdienst op Amsterdam, een groot voordeel vergeleken bij de trekschuit.
Bij een grote stad hoort ook een eigen krant. In 1842 geeft de boekhandelaar A. Bakker een bescheiden weekblad, Weekblad van Den Helder en het Nieuwediep uit. Deze krant is echter veel te duur voor de gewone man.

 

Nadat in 1843 het Weerkundig Observatorium (De Windwijzer) op de dijk gereed is gekomen, wordt een jaar later de Werkinrichting aan de Kerkgracht gebouwd. Dit gebouw wordt daarna voor verschillende doeleinden gebruikt, o.a. als ziekenhuis en als hoofdbureau van politie (nog in de jaren '60). Nu staan daar flatwoningen.

De vele werklozen in Den Helder leven op als in 1844 het onvrij territoir voor Den Helder wordt opgeheven. Maar helaas: de Amsterdammers verzetten zich tot het uiterste om te voorkomen dat in de Helderse havens schepen mogen worden gelost en geladen. De hele stad is echter gereed als handelshaven: er is een loodsenkantoor gebouwd aan de Buitenhaven en er is een brug gebouwd tussen het Ankerpark en Binnenhaven (je kunt de overblijfselen daarvan nu nog zien).

In 1850 komt dan eindelijk het langverwachte Koninklijk Besluit waarin Den Helder als definitieve laad- en losplaats wordt aangewezen. Nu kan de stad zich als werkelijke voorhaven van Amsterdam ontwikkelen. Er komt een telegraafverbinding met Amsterdam en kort daarop wordt een duinwaterleiding van Huisduinen naar de haven aangelegd, de tweede waterleiding in Nederland!

De visafslag verdwijnt uit Oude Helder en komt aan het Havenplein. Hij groeit in enkele tientallen jaren uit tot de grootste van ons land. In 1854 wordt de adelborstenopleiding bij wijze van proef in Den Helder gevestigd en deze blijft. In 1869 wordt het Koninklijk Instituut voor de Marine  (het KIM) gebouwd. Op de foto hiernaast is het KIM te zien.

 

 

 


Moeilijke woorden:

lemen- en plaggenhutten: kleine "huizen" van klei of graszoden
logement: eenvoudig hotel
West Indische Compagnie: Een handelsmaatschappij die producten haalde uit Amerika, of beter: uit Suriname en de Nederlandse Antillen. De Compagnie bestond van 1621 t/m 1791
trekschuit: Een boot voor vracht en passagiers, die in de sloten en kanalen werd voortgetrokken door een paard dat op een pad langs het water liep. De Rijksweg naar Alkmaar is ook zo'n pad voor de trekschuit geweest.
loodsdienst: Een dienst waarbij loodsen de schepen veilig naar de haven brengen, tussen alle zandbanken door.
telegraaf: Een manier om elektrisch,  via draden aan palen berichten over te brengen. De telegraaf is eerder uitgevonden dan de telefoon.

Terug

Verder 

www.hansonline.eu/den_helder